Cases

Natuur als Inspiratiebron voor Toeristische Ontwikkeling

Het kan verkeren binnen toerisme en vrijetijd. Van parasitaire sector die binnensteden onder de voet loopt tot ontredderde branche die voornamelijk Nederlanders door de zomer helpt. En dat in een tijdsbestek van enkele maanden. Maar al voordat COVID-19 de sector overviel, was duidelijk dat het huidige model piept en kraakt en er behoefte is aan een nieuwe benadering. Door toerisme te zien als ecosysteem, ontstaat nieuw perspectief richting een florerende en veerkrachtige sector in balans.

 

 

 

 

Veerkracht en balans

COVID-19 toont kraakhelder de symptomen van disbalans. Toeristische gebieden die vegeteerden op buitenlandse (Amerikaanse en Aziatische) bezoekers zijn stil gevallen (Zaanse Schans). Regio’s die meerdere doelgroepen trekken met een gedifferentieerd aanbod, bloeien op (Wadden). De Coronacrisis onderstreept de noodzaak van veerkracht en balans. Want alleen dan dragen toerisme en recreatie bij aan het welzijn van bewoners en wordt de sector bestand tegen catastrofes als die veroorzaakt door COVID-19.

 

Ecosystemen

Een ecosysteem bestaat uit levende en niet-levende onderdelen, die samen als kringloop functioneren. Het ecosysteem is veerkrachtig door de manier waarop het reageert op interne en externe veranderingen. Drie basisprincipes zijn bepalend voor de kracht van een ecosysteem.

  1. Diversiteit voorkomt dat één soort dominant is en garandeert dat soorten op elkaar kunnen reageren én met elkaar samenwerken (de bloemen en hun bestuivers).
  2. Verbondenheid zorgt voor interacties. Bijvoorbeeld schimmels in de bodem die planten voedingsstoffen leveren in ruil voor de suikers. Maar er vindt ook geraffineerde samenwerking plaats tussen tal van organismen. Bijvoorbeeld mieren die luizen op de beste plekken van een plant laten voeden waardoor ze zelf maximaal aan honingdauw (nectarachtige vloeistof die luizen afgeven) kunnen komen.
  3. Draagkracht-circulariteit biedt capaciteit en daarmee bestaansrecht op langere termijn. Het zorgt ervoor dat het systeem blijft functioneren. Dat het niet dicht slibt door bijvoorbeeld één invasieve soort die woekerend de kansen voor andere soorten doet verdwijnen. Denk bijvoorbeeld aan de toename van één type gans door overmatig voedsel in zijn overwinteringsgebied waardoor ook gebieden waar hij ’s-zomers verblijft totaal worden leeggegeten en veranderen in kale modderwoestijnen.

                                                                                                                     

Toeristisch ecosysteem

De drie basisprincipes van ecosystemen zijn eveneens toepasbaar op het functioneren van een toeristische bestemming.

  1. Diversiteit betekent een gezonde mix van dag- en verblijfsrecreatief aanbod. Hierdoor worden meerdere doelgroepen aangesproken en is men minder afhankelijk van een paar dominante spelers. Er zijn ook voldoende inheemse, sterk lokaal gewortelde ondernemers actief. Want ondernemers van buiten (exoten) zorgen voor nieuwe ideeën, maar kunnen ook invasief worden en het plaatselijke toeristisch product overwoekeren, zoals de Amerikaanse vogelkers dat doet in onze bossen.
  2. Verbondenheid zorgt voor aanbieders die beseffen dat ze in een gebied afhankelijk van elkaar zijn, omdat ze samen een toeristisch-recreatief cluster vormen. Want een hotelgast is op dezelfde dag bezoeker van een wijngaard, museum en lunchroom. En in een binnenstad gebruikt de toerist niet alleen de parkeer- en ov-voorzieningen, maar hij laaft zich ook aan de lokale cultuur en sfeer die er heerst.
  3. Een gebalanceerde toeristische bestemming verwerkt aantallen bezoekers die passend zijn bij de draagkracht van het gebied. Daardoor vervuilt de omgeving niet door overmatige aantallen bezoekers. Ook wordt de leefbaarheid niet aangetast en oorspronkelijke bewoners worden niet verdrongen.

Toch loopt de analogie tussen een natuurlijk en een toeristisch ecosysteem niet helemaal synchroon. In natuurlijke ecosystemen draait het vooral om vandaag overleven. De soort die zich het beste aanpast aan haar huidige leefomgeving heeft de meeste kansen te overleven en voor nakomelingen te zorgen. Ook in toeristische bestemmingen zien we dat het natuurlijke aanpassingsvermogen onvoldoende is wanneer het huidige ecosysteem verandert. Er ontbreekt dan ook een belangrijk vierde principe in een natuurlijk ecosysteem dat daarentegen wel aanwezig is in een toeristisch ecosysteem:

  1. Menselijk handelen (antropogeniteit): de menselijke factor die rentmeesterschap inbrengt. Mensen kunnen denken en handelen vanuit lange termijn perspectief. Ze kunnen een bestemming ontwikkelen, hun soms onbegrensde begeertes reguleren en een ecosysteem beheren. Vanuit de menselijke rede en de door de mens ontwikkelde mogelijkheden, zoals geld kan worden belegd om op een ander moment te worden uitgegeven. Daardoor zijn mensen in staat te investeren in ontwikkelingen die zich op de lange termijn terugbetalen. Mensen zijn ook in staat om gezamenlijke waarden na te steven, te plannen, onderhandelen, debatteren, beslissen en kaders te stellen. In tegenstelling tot andere soorten in de natuur, kijken mensen verder dan de dag van morgen.

Deze vier basisprincipes (diversiteit, verbondenheid, draagkracht-circulariteit en menselijk handelen) moeten allen aanwezig zijn als een toeristisch ecosysteem een veerkrachtig optimum wil bereiken (Ecological Resilient Optimum). Dan zijn regio’s op korte termijn concurrerend en op langere termijn adaptief genoeg om mee te bewegen met interne en externe veranderingen in de omgeving. Dan heeft bijvoorbeeld het failliet gaan van een dagrecreatieve attractie of de introductie van een nieuwe restaurantketen weinig invloed op het functioneren van het gebied als geheel. En dan zijn uitwassen nauwelijks meer mogelijk. Het tegenovergestelde is ook waar: een bestemming raakt uit balans wanneer de basisprincipes niet worden toegepast.

Vier archetypes

In de toeristisch-recreatieve wereld zien wij vier herkenbare toeristische bestemmingen (archetypes) waarin het ecosysteem uit balans is geraakt:

  1. Toppers van Toen zijn gebieden waar van oudsher vennen, stranden, kuuroorden, kastelen, (bad)hotels te vinden zijn. Maar waar nu vergane glorie dreigt door eenzijdig aanbod en onvoldoende innovatieve ondernemers. Denk bijvoorbeeld aan Valkenburg, Appelscha en Noordwijk.
  2. Toeristische Iconen worden overheerst door één dominant bedrijf dat vaak van buiten komt en beschikt over een sterke magneetfunctie en herkenbare marktreputatie. Het functioneert veelal solistisch en naar binnen gekeerd en is omgeven door een cluster van restaurants, supermarkten en hotels. Denk aan bestemmingen als Kaatsheuvel (Efteling), Emmen (WILDLANDS) en Zeewolde (CenterParcs).
  3. Massa Hotspots zijn bestemmingen waar enkele soorten op een dominante wijze woekeren. Het resultaat is ongeremde vastgoedontwikkelingen, eenzijdige vormen van detailhandel (de ‘Nutellashop’) en ongewenste huisvestingsvormen. De bestemmingen hebben vaak een rijke historie en veel toeristische banen en bestedingen. Ze beschikken over een herkenbare (internationale) marktreputatie en zijn door de Corona-uitbraak buitenproportioneel getroffen (Amsterdam, Barcelona en Venetië).
  4. Potentials zijn gebieden waar nauwelijks tot geen toeristisch ecosysteem aanwezig is. De huidige toeristisch-recreatieve omgevingskwaliteit is laag, net als de diversiteit en verbondenheid van het aanbod. Er wordt nauwelijks samengewerkt tussen soorten onderling en met de overheid. Toerisme heeft geen regionale prioriteit en de omzet is laag. Desondanks hebben gebieden als Noord-Fryslân, Land van Cuijk en (de randen van) Flevoland wel potentie als toeristisch-recreatieve (niche)markt.

 
Toepassen van toeristische ecosystemen in de praktijk

De toepassing van dit ecologie-model binnen de toeristisch-recreatieve wereld is een nieuwe manier om gebalanceerd te werken aan duurzame innovatie en stabiliteit in bestemmingen. Innovatie door op een vernieuwende wijze de bestaande situatie te veranderen. Stabiliteit door een meer evenwichtig samengesteld product. Net als in natuurlijke ecosystemen vergt een dergelijke aanpak inzet vanuit twee richtingen: bottom-up en top-down. Bottom-up door de toerisme-ondernemers (en ondernemende terreinbeheerders) vanwege het simpele feit dat het merendeel van het toeristisch-recreatieve product geleverd wordt door ondernemers. Zodra zij in gezamenlijkheid onderscheidend, écht gastvrij en innovatief te werk gaan, heeft dit direct effect op de beleving van de bezoeker in de bestemming. Top-down inzet vindt plaats door de regelgevers en vergunningverleners (de overheid) vanwege de grote ruimtelijke, milieu, sociale en economische impact van toerisme. De overheid bepaalt dus waar welke ruimtelijke opties benut mogen worden en welke publieke middelen daarvoor geïnvesteerd worden.

In onze optiek zijn er drie hoofdfasen om volgens een ecosysteem-benadering te werken aan toeristisch-recreatieve bestemmingsontwikkeling en -management:

  1. Determineren: Hier worden de mogelijke kansen en beperkingen van het ecosysteem in kaart gebracht. Centraal daarbij staat de toegevoegde waarde voor de gast/bezoeker/bewoner die gegeven wordt. Het ecosysteem wordt (letterlijk) in kaart gebracht en nagegaan wordt waar de mogelijkheden, beperkingen, win-wins en trade-offs liggen. Bepaald wordt welke soorten actief zijn en welke resources benut worden. De stabiliteit van het ecosysteem wordt bepaald door de vier principes van het ecosysteem in kaart te brengen en te bekijken welke archetypes van toepassing zijn. Mensen komen in beweging. Het is de bedoeling dat in deze fase inspiratie ontstaat bij de betrokken actoren, dat de urgentie helder wordt en dat er zicht ontstaat op de ‘pijn’ en de ‘hoop’ voor de bestemming. Het determineren van een bestemming als toeristisch ecosysteem kan worden ondersteund door tal van technieken.
  2. Bestemming bepalen en koers uitzetten richting innovatie en balans: Hier wordt gezocht naar evenwicht, stabiliteit en veerkracht in het toeristisch ecosysteem. De toekomstige ontwikkeling wordt als het ware ‘geprogrammeerd’. De vier principes van het ecosysteem vormen hierbij het uitgangspunt. Er wordt toewijding van belangrijke actoren in de bestemming gevraagd. Om dit te realiseren is het slim om eerst de ambitie te bepalen en de positionering van het gebied vast te stellen: begin met het einde voor ogen. Een passende strategische koers met realistische acties wordt uitgewerkt. Daarbij wordt ook gezocht naar één of meerdere strategische zetten, die symbool staan voor de noodzakelijke doorbraak. Denk aan toevoeging van een innovatieve icoon vanwege meer diversiteit, een nieuwe (vaar)verbinding of een transferium die ervoor zorgen dat er meer draagkracht ontstaat. Maar denk ook aan nieuwe manieren van samenwerken.
  3. Floreren: Hier wordt het ecosysteem dat de actoren gezamenlijk voor ogen hebben gerealiseerd. De bestemming komt in ‘bloei’. Door aan de gang te gaan, slim, ongecompliceerd, met lef en daadkracht samen te werken. Dit kan door tal van methodieken toe te passen die tot verandering leiden; bottom-up en top-down.

Conclusie: ecosystemen reiken toerisme drie kansen aan

Natuurlijke ecosystemen leren veel over hoe toerisme en recreatie toekomstbestendig wordt. Het transformatieproces waarin de toeristische sector zich bevindt valt te sturen door bestemmingen door te ontwikkelen en managen als een “ecosysteem”. Toepassing van de vier basisprincipes (diversiteit, verbondenheid, draagkracht-circulariteit en menselijk handelen gericht op de langere termijn) zorgen hierbij voor veerkrachtige bestemmingen. Het ecosysteem-model reikt de toeristisch-recreatieve sector drie nieuwe, concrete kansen aan:

  1. Nieuwe sectorwaarden
    Het ecosysteem-model reikt de sector nieuwe waarden aan:
  • van uitnutten naar bijdragen;
  • van omzetgroei naar waardeontwikkeling;
  • van tijdelijke welvaart voor enkelen naar lange termijn welzijn voor de samenleving.

Tegelijk geldt dat het ecosysteem-model niet leidt tot romantische oplossingen van harmonie en samenwerken. In ecosystemen vindt meedogenloze concurrentie plaats, zijn predatoren, sterven soorten uit en kunnen invasieve soorten bestaande diversiteit en functies sterk veranderen. Hier kunnen we van leren in toerisme en we zijn in staat te interveniëren.

  1. Samenhang tussen schaalniveaus
    Het ecosysteem-model laat de sector succesvol schakelen op meerdere schaalniveaus. Van landelijke toeristische hoofdstructuur tot steden als Amsterdam, bestemmingen als de Veluwe, lokale kernen als Makkum en individuele planvorming van aanbieders.
  2. Houvast in crisistijd
    Tenslotte biedt het ecosysteem-model houvast in tijden van crisis. De coronacrisis veroorzaakt een tijdelijke kaalslag, zoals een orkaan of een onbedwingbare bosbrand, waarna er een proces op zal treden dat te vergelijken is met een secondaire successie. Het ecosysteem wordt weer opnieuw opgebouwd, maar er zitten nog zaden en wortels in de grond, waardoor niet geheel opnieuw wordt begonnen. Net als in de natuur zijn de eerste ontwikkelingen na de corona-catastrofe bepalend voor het verdere verloop van de vrijetijdssector. Er wordt nu al volop geëxperimenteerd met nieuwe toeristische producten die passen in de nieuwe tijdsgeest, waarin behoefte is aan meer (buiten)ruimte, digitalisering, capaciteitsmanagement, privacy en individuele dienstverlening. Secondaire successie kan tot een vernieuwd en toekomstbestendig ecosysteem leiden waar de hele sector en samenleving wel bij vaart.

 

En nu?

Door toerisme te beschouwen als ecosysteem en de principes gedecideerd toe te passen, ontstaan nieuwe vormen van planning en besturing van toerisme. Het biedt een handvat om over- en ondertoerisme te voorkomen en balans te scheppen tussen het aanbod en de vraag. Daarmee blijft toerisme in Nederland toekomstbestendig en wordt voorkomen dat toerisme een buitenproportionele invloed heeft op de belangrijkste ’soort’: de lokale bevolking.

 

Meer weten?

Wilt u meer weten over toeristische ontwikkeling? Neem dan contact op met Merlijn Pietersma of Wouter de Waal.

 

Merlijn Pietersma, MSc. (ZKA Leisure Strategy)

Prof.dr.ir. Wim van der Putten (Nederlands Instituut voor Ecologie)

Joost Gieling, PhD (ZKA Leisure Strategy)

Ir. Wouter de Waal (ZKA Leisure Strategy)

 

Onzeopdrachtgevers

Het belang van onze opdrachtgever is vaak groot. En de vraag is complex.
Met onze opdrachtgever vormen we een team. ZKA Strategy geeft richting

Gemeente Zaanstad

Gemeente Zaanstad

Toeristische visie voor Gemeente Zaanstad (inclusief Zaanseschans)

Ynbusiness & Toerisme Alliantie Friesland

Ynbusiness & Toerisme Alliantie Friesland

kwartiermaker actieprogramma vitale logiesaccommodatie met ondernemers en overheid

Center Parcs

Center Parcs

Marktprognose vakantiebugalows

Camping Duinoord

Camping Duinoord

topcamping

Snowworld

Snowworld

Opstellen haalbaarheidsplan logiesfunctie

Kinderdijk

Kinderdijk

Gebiedsperspectief opgesteld voor UNESCO-werelferfgoed Kinderdijk: balans tussen sighseeing en erfgoed.

Qurios

Qurios

Concepting en economische onderbouwing van diverse parken

Provincie Drenthe

Provincie Drenthe

Kwartiermaken en programma-management Vitale Vakantieparken Drenthe

Wildlands

Wildlands

Opstellen kansenkaart en strategisch plan.

SER Overijssel

SER Overijssel

Mede-opstellen van SER-advies: meer iconische waarde gevraagd (samen met Verheijden Concepten)

Gemeente Sûdwest Fryslân

Gemeente Sûdwest Fryslân

Gebiedsvisie recreatiegebied De Potten aan het Sneekermeer

Efteling

Efteling

Strategie voor schaalsprong naar Europese markt aangescherpt

Walibi

Walibi

Copncepting en economische haalbaarheid uitbreiding Walibi Village

Julianatoren

Julianatoren

Concept en bedrijfsvoering versterken en duurzaam veilig stellen

Recreatiepark TerSpegelt

Recreatiepark TerSpegelt

Bedrijfsvisie geformuleerd met directie en alle medewerkers